Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Oren, ogen, puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Ga tegenover je kind staan. Raak tijdens het zingen de lichaamsdelen aan waar je over zingt. Op 'puntje van je neus...' draai je een rondje. Laat na een paar keer zingen het laatste woord in de zin eens weg. Dit is goed voor de spraakontwikkeling en de hersenactiviteit van je kind.