Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Gratis Box

Net moeder? Vraag dan nu de gratis Felicitas Baby Box aan.

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. schoenen, dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.
Delen via

Misverstanden over borstvoeding

Misverstanden over borstvoeding
Je gaat vaak af op verhalen van anderen. Helaas kloppen die niet altijd: over borstvoeding bestaan legio misverstanden. De tien grootste vind je hier.

1. Borstvoeding geven doet pijn, zeker de eerste weken

In de eerste week kan het zuigen van je baby aan de borst best onaangenaam aanvoelen. Maar dat mag niet langer dan 30 tot 60 seconden duren. Aanhoudende pijn of ongemak tijdens het voeden betekent namelijk dat er iets mis is.

Als voeden pijn doet, komt het meestal doordat je kind verkeerd is ‘aangelegd’: je kind drinkt verkeerd aan de borst. Hiermee riskeer je tepelkloven – wat meer pijn veroorzaakt - en bovendien krijgt je kind niet genoeg melk binnen.

Juist aanleggen is dus essentieel voor het succesvol geven van borstvoeding. Dat vereist soms oefening en geduld, maar je kraamverzorgster (borstvoedingsdeskundige) kan je hiermee helpen.

Soms kan het voeden ook pijnlijk zijn omdat je kind spruw heeft, een candida (schimmel) in het mondje Spruw komt via je kind ook op jouw borsten terecht en dat kan de pijn veroorzaken. Spruw is meestal goed op te lossen met medicijnen.

2. Van borstvoeding krijg je slappe borsten

Je borsten veranderen door de zwangerschap, níet door het borstvoeden. Als je zwanger bent, wordt het vetweefsel in je borsten gedeeltelijk vervangen door melkklierweefsel. Daardoor voelen je borsten groter en voller aan en staat er meer spanning op het bindweefsel. Hierdoor rekt je huid uit.

Als je geen borstvoeding geeft, dan slinken de melkklieren. Maar inmiddels is de huid van je borsten wél al verslapt. Of je vervolgens borstvoeding geeft of niet, heeft geen enkele invloed meer op het krijgen van slappe borsten. Of je borsten gaan hangen is een kwestie van aanleg, te vergelijken met het krijgen van striae. De ene vrouw heeft er last van, de andere niet.

Over het algemeen geldt wel dat grote borsten eerder gaan hangen dan kleine. Zorg daarom voor een goede ondersteunende BH. Ga ook niet tijdens het geven van borstvoeding of tijdens het afbouwen op een streng dieet: als je snel afvalt, kunnen je borsten ook gaan hangen. En verder geldt vaak: hoe geleidelijker je de borstvoeding afbouwt, hoe mooier je borsten blijven.

3. Als je borstvoeding geeft, kun je de zorg voor de baby niet met je partner delen

Een kind heeft veel meer nodig dan alleen voeding! Voor je partner blijft er genoeg over om te doen met de baby: knuffelen, verschonen, wandelen, troosten, noem maar op. Voor de nacht kun je eventueel wat borstvoeding afkolven, zodat ook je partner ’s nachts kan voeden.

Dat kan ook als je eens een avondje weg wil. Afkolven geeft je tijd en vrijheid. Verder zijn baby’s ’s avonds vaak wat onrustig. Dan kunnen ze soms beter bij hun vader op schoot zitten dan bij jou. Bij jou ruiken ze constant moedermelk, waardoor ze nog onrustiger worden en steeds willen drinken.

4. Voor borstvoeding heb je grote borsten nodig. Met kleine borsten lukt het niet.

Melkproductie heeft niets te maken met de grootte van je borsten, blijkt uit onderzoek én uit de praktijk. Kleine borsten maken regelmatig zelfs meer melk aan dan grote borsten. Vrijwel iedere vrouw kan genoeg melk produceren om haar kind voldoende te voeden.

Meestal komt een geringe melkproductie doordat de baby in de eerste week na de bevalling te weinig is aangelegd. Hoe vaker je baby drinkt, hoe meer melk je borsten aanmaken. Komt de melkproductie niet vanzelf op gang, dan moet al 24 uur na de bevalling begonnen worden met kolven.

5. Borstvoeding maakt je extra moe

Borstvoeding geven kost je 500 tot 1000 calorieën extra per dag. Als je die niet binnenkrijgt omdat je onvoldoende eet, dan neemt de kwaliteit van je melk niet af, maar put je wel uit je eigen reserves. Daar word je inderdaad moe van.

Verder heeft borstvoeding een aantal voordelen waardoor je lichaam er juist sneller bovenop komt. Je menstruatie keert vaak later terug, waardoor je minder kans hebt op ijzergebrek. Omdat je baarmoeder sneller krimpt tot haar normale grootte als je borstvoeding geeft, verlies je na de bevalling minder bloed.

Als je borstvoeding geeft, komt oxytocine vrij. Dit hormoon werkt ontspannend waardoor je je loom kunt voelen en denken: ‘Oh, wat word ik toch moet van die borstvoeding’. Dit is een verkeerde uitleg: het gevoel van moeheid komt door het hormoon. De natuur heeft hiermee geregeld dat je als moeder even rustig blijft zitten om je kind te voeden. Bovendien is het goed voor de melkstroom.

6. Met ingetrokken tepels kun je geen borstvoeding geven

Een baby zuigt tijdens het borstvoeden nooit alléén aan de tepel, maar neemt een groot gedeelte van de tepelhof in de mond. Een tepel die naar buiten staat, kan het aanleggen van je baby vergemakkelijken, maar is niet essentieel.

Tijdens de zwangerschap komen ingetrokken tepels vaak al naar buiten. Heb je toch moeite met het aanleggen van je baby, start dan op tijd met kolven. Hiermee sla je twee vliegen in één klap: je melkproductie komt op gang en door het kolven kan je tepel meer naar buiten komen. Wees voorzichtig met tepelhoedjes: gebruik deze alleen onder deskundig toezicht en alléén als je melkproductie al goed op gang is.

Omdat je niet zeker weet of de doorstroom van je melk met het tepelhoedje goed is, moet je je kind extra laten wegen door de verloskundige of op het consultatiebureau.

7. Met borstvoeding weet je nooit of je baby genoeg drinkt

Dit is een grote bron van onzekerheid en voor veel ouders een reden om te stoppen met borstvoeding. Maar al kun je met borstvoeding niet zien hoevéél je kind drinkt, je kunt prima nagaan of je kind genóeg drinkt.

Dat doe je door te letten op het aantal plas- en poepluiers per dag, of je borsten na het voeden soepeler aanvoelen dan ervoor, of je baby tevreden is na het voeden, of je baby minimaal 7 keer per dag minstens 10 minuten drinkt en of hij of zij tijdens het voeden duidelijk slikt en stevige zuigbewegingen maakt.

De kraamverzorgende kan uitleggen hoe je dit alles precies in de gaten houdt.

8. Een kind dat uit de fles drinkt slaapt sneller door

Sneller doorslapen staat totaal los van borstvoeding. Of je nu de fles of de borst geeft, je kind zal de eerste tijd ’s nachts gevoed willen worden. En je baby zal dus niet plotseling of sneller doorslapen als je overstapt op flesvoeding.

Het voordeel van ’s nachts borstvoeden is dat je snel weer in slaap valt, onder invloed van het ontspanningshormoon oxytocine. Dat komt vrij als je borstvoeding geeft en maakt je een beetje slaperig. Vanaf de eerste tot de tweede week zal je kind ’s avonds veel gaan drinken: hij ‘tankt’ zich dan vol voor de nacht, waardoor het dan dus minder gevoed hoeft te worden.

9. Werken en het geven van borstvoeding is een onhaalbare combinatie

Zelfs als je fulltime werkt, is het blijven geven van borstvoeding niet snel onhaalbaar. Mits je op tijd begint met de voorbereidingen. Laat je kind al met zes weken wennen aan het drinken uit een flesje met gekolfde melk. Als je kind goed drinkt aan de borst, hoef je niet bang te zijn voor een tepel-/speenverwarring.

Met vier maanden is je melkproductie gestabiliseerd en dat maakt het vaak makkelijker om werk en borstvoeding succesvol te combineren. Mocht je melkproductie door het werken teruglopen, dan kun je eventueel besluiten om je baby met flesvoeding bij te voeden. Dat is altijd nog beter dan helemaal stoppen.

10. Je hoort zoveel rampverhalen over borstvoeding, ikkan er maar beter niet aan beginnen

Helaas stuiten veel vrouwen inderdaad op problemen bij het geven van borstvoeding. Niet voor niets start 71% van de moeders ermee en haakt daarna snel af: slechts 19% geeft na 3 maanden nog steeds borstvoeding. Driekwart stopt zelfs al in de eerste vier weken.

Moeders krijgen vaak tegenstrijdige adviezen of juist helemaal geen advies. Ontzettend jammer, want als je er snel bij bent, zijn bijna alle problemen rondom borstvoeding op te lossen. Bedenk dat borstvoeding geven niet een kwestie is van ‘Je kan het of je kan het niet’. Bijna iedere vrouw kan het.








Jonge Gezinnen Facebook pagina