Je kind zit veilig op de fiets met een fietsstoeltje.
We zetten de voor- en nadelen van de verschillende stoeltjes voor je op een rijtje.
Fietsstoeltje aan het stuur (9 tot 15 kg)
De meeste mensen kiezen ervoor om de baby voorop in een zitje mee te nemen. Een fietsstoel voor voorop moet ten eerste stevig zijn en bij voorkeur een erkend keurmerk hebben. Verder moet het steun geven aan de rug, handen en voeten van je kind.
Neem bij het kopen ervan altijd je fiets én kind mee. Laat je kind even passen om te kijken of het stabiel zit. De voetsteuntjes (bij voorkeur in hoogte verstelbaar) moeten voorzien zijn van spaakafscherming en riempjes. Ook bij vervoer op de fiets geldt: in de gordels. Let er op dat je kind de gordel zelf niet kan openen. Een windscherm is geen overbodige luxe omdat je baby daarmee uit de wind zit.
Voordelen:
je kind ziet meer
je kunt beter op hem of haar letten
Nadelen:
sturen is zwaarder
minder stabiel fietsen
je kunt geen scherpe bochten nemen
bij noodstop eventueel over de kop
kind vangt wind en regen (zonder scherm)
Fietsstoeltje achterop (tot 25 kg)
De rugleuning van een stoeltje voor achterop de fiets moet hoog en stevig zijn zodat je kind voldoende steun heeft. Verder moet je ook kijken naar veiligheid: gordels, voetensteunen, voetbescherming tegen spaken en beschermers om de zadelvering zijn daarbij een must.
Voordelen:
makkelijker sturen
stabieler fietsen, normale manier van fietsen
kind zit beschermd achter je rug
Nadelen:
je kind heeft beperkt zicht
geen zicht op kind
eventueel steigeren bij het opgaan van de stoep
Wist je dat…
…je met een speciale bagagedrager ook twee kinderen achterop kunt vervoeren? Daar moet je fiets overigens wel geschikt voor zijn, anders bestaat de kans dat hij gaat ‘steigeren’.