Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. schoenen, dagjes uit, (kinder)kleding of vakanties? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.

Ouders van Nu

Ouders van Nu leidt je door de spannende fase van (aanstaande) ouder. Op een deskundige, betrouwbare en vaak humoristische manier.
Delen via

Autostoeltjes

Autostoeltjes
Een veilige manier om je baby te vervoeren. Welke stoel geschikt is, ligt aan de leeftijd en het gewicht van je kind. We zetten het voor je op een rijtje.

 

Een autokinderzitje kan zijn: een babyautostoeltje, een kinderautostoeltje of een zittingverhoger. Dit zijn de regels sinds 2006.

Kind kleiner dan 1,35 meter

Is je kind kleiner dan 1,35 meter, dan hangt het af van het gewicht van het kind:
  • minder dan 13 kg: babyautostoeltje (groep 0 en 0+);
  • tussen 9 en 18 kg: kinderautostoeltje (groep 1);
  • tussen 15 en 36 kg: zittingverhoger (groep 2 en 3);
  • meer dan 36 kg: autogordel, eventueel met zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider (gordelclip/gordelklem).

 

Op het kinderzitje staat vermeld voor welke gewichtscategorie het kinderzitje geschikt is. Naast het gewicht spelen ook de lengte en het postuur van het kind een rol bij de keuze van het meest geschikte kinderzitje. De overlap in gewicht vergroot de ruimte die je hebt om deze keuze te maken.

Groep 0 en 0+: Babyautostoel

Het babyautostoeltje wordt tegen de rijrichting in geplaatst. Met de driepuntsgordel van de auto wordt het stoeltje vastgezet. Het kind wordt met een Y-gordel vastgemaakt.

Sommige van deze stoeltjes kunnen ook met een zogeheten ISOFIX systeem worden vastgezet: aan de achterkant van het autostoeltje zitten dan twee uitsteeksels. Auto's die voor dit systeem zijn uitgerust hebben tussen de rugleuning en de zitting twee 'ankers'. De uitsteeksels klik je heel gemakkelijk in de 'ankers' en het autostoeltje zit vast. Soms is er een derde bevestigingspunt. Kijk voor meer informatie in de handleiding van het autostoeltje.

Groep 1: Kinderautostoel

Het kinderautostoeltje is bedoeld voor kinderen die al zelfstandig kunnen zitten. Het kind wordt met de vijfpuntsgordel van het autostoeltje vastgemaakt. Vaak hebben deze autostoeltjes meerdere standen en worden ze met de rijrichting mee geplaatst. Een kinderautostoeltje wordt met de autogordel of met ISOFIX bevestiging vastgezet.

Groep 2 en 3: Stoelverhoger

Het kind zit op de zittingverhoger en wordt vastgemaakt met de autogordel. De stoelverhoger zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel niet langs de hals, maar over de schouder van het kind loopt. Ook zorgt de zittingverhoger ervoor dat de heupgordel over de heupen en niet over de buik loopt. Dit laatste kan voor ernstig inwendig letsel zorgen.

Zittingverhogers zijn er met en zonder rugleuning. Het beste is om er één te kopen met (afneembare) rugleuning. De rugleuning is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor betere zijwaartse steun als het kind onderweg in slaap valt. Bovendien biedt de rugleuning enige bescherming bij aanrijdingen van opzij.

De rugleuning zorgt er ook voor dat het kind iets naar voren komt en daardoor de knieën kan buigen. Dat zit prettiger en voorkomt onderuit zakken. Als het kind onderuitgezakt zit, zit de heupgordel niet goed meer en dat kan bij een botsing tot buikletsel leiden.

Kinderen zwaarder dan 36kg

Er zijn geen autostoeltjes of zittingverhogers goedgekeurd voor kinderen boven de 36 kilo. Deze kinderen zouden dan alleen de autogordel moeten gebruiken. Als bij deze kinderen de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, is het verstandig om ze toch op een zittingverhoger te vervoeren totdat ze lang genoeg zijn om alleen de autogordel te gebruiken.

Een andere mogelijkheid voor deze kinderen is om een apart aangeschafte gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) te gebruiken. Kies alleen voor deze laatste optie als het echt niet anders kan.

Kind langer dan 1,35 meter

Is je kind groter dan 1,35 meter, dan moet het kind de autogordel gebruiken. Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, gebruik dan ook een goedgekeurde zittingverhoger.

Keurmerk kinderzitjes

Een kinderzitje moet goedgekeurd zijn volgens de Europese veiligheidseisen: ECE 44/03 of 44/04. Alleen deze kinderzitjes mogen gebruikt worden. Ze zijn voorzien van een keuringslabel of -sticker. Daarop staat in een rondje de letter E plus een getal. Verder naar onderen staat het goedkeuringsnummer. Dit nummer moet beginnen met 03 of 04. Ook wordt het gewicht vermeld van de kinderen waarvoor het geschikt is. Vraag zonodig advies aan de verkoper. Als de goedkeuring niet meer geldt, is het geen goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel meer.

Keuringseisen autostoeltjes

De keuringseisen voor kinderzitjes worden periodiek aangepast aan nieuwe technische ontwikkelingen en inzichten. Jaar in jaar uit wordt er onderzoek gedaan naar mogelijke verbeteringen. Een kinderzitje dat indertijd op basis van ECE-reglement 44/02 werd goedgekeurd voldeed aan de eisen die op basis van de kennis van toen gesteld werden. Het zal niet echt onveilig zijn, maar het kan beter. Een van de verschillen tussen 44/03 en 44/02 is dat er strengere eisen zijn gekomen om buikletsel te voorkomen.

Veel kinderzitjes zijn deels van kunststof gemaakt en blijven vaak in de auto achter, zowel bij vorst als in de brandende zon. Door jarenlange blootstelling van het kinderzitje aan zowel zeer lage als zeer hogetemperaturen neemt de sterkte van het materiaal geleidelijk af. Het is dan ook vanuit verschillende oogpunten niet aan te bevelen om een oud zitje te blijven gebruiken.