Het allereerste begin zie je al bij drie of vier maanden. Als je je kind op zijn buikje legt, zal hij proberen heen en weer te schuiven en oefenen met armen en benen. In een later stadium zal je kind waarschijnlijk gaan ‘tijgeren’: hij zet zich met de voetjes af en trekt zich met de armen vooruit.
Nog later zal je kind de buik van de grond proberen op te lichten. Soms kruipt hij een poosje op handen en voeten, met de billen hoog in de lucht. De zogenaamde berengang. Je kunt je kind helpen bij het leren kruipen. Probeer hem zo vaak mogelijk op zijn buik te leggen, maar blijf er wel bij.
Ga zelf op de grond zitten en leg je kind op zijn buik over je benen heen: de beentjes aan één kant, de armpjes aan de andere kant. Zo
stimuleer je de kruiphouding zonder dat je zijn of haar spieren overbelast. Leg een interessant, felgekleurd speeltje net buiten zijn bereik en laat hem maar eens proberen zich er naartoe te werken.