Bij de één gaat het sneller dan bij de ander, maar gemiddeld leren kinderen in deze periode tweelettergrepige ‘woorden’ zeggen, zoals ‘dada’ en ‘baba’. Je kind leert steeds beter welk woord bij welk voorwerp hoort.
Als je je kind op de buik legt zal het kruipbewegingen gaan maken (tijgeren); meestal eerst achteruit, dat is makkelijker dan vooruit. Veel kinderen proberen hun benen onder hun buikje te trekken. Als hij of zij op die manier op handen en knieën zit zal het niet lang meer duren voor het begint te kruipen.
Verder kunnen kinderen op deze leeftijd soms al iets aanwijzen en een voorwerp oppakken met de duim en de wijsvinger.