Ook kan hij nu zijn handjes gebruiken om iets te pakken. Maar ook om iets om te rollen en om te draaien want zijn fijne motoriek is nog beter geworden. Je kind staat aan het begin van de peuterpuberteit. Hij beseft nu nog beter dat hij een eigen persoon is, die niet langer één geheel is met papa en mama.
Zijn eigen wil moet geoefend worden. Dit doet hij bijvoorbeeld door heel vaak nee te zeggen. Hij zal hierdoor vaak met je in conflict komen en daar heel boos om worden. Dit laat hij merken met zijn hele lijf. Hij laat zich vallen, gaat gillen, schopt en slaat. Dit komt omdat hij zijn boosheid nog niet onder controle kan krijgen.