Als je kind een kinderziekte heeft, zoals waterpokken, bouwt zijn lichaam afweerstoffen op die altijd in het bloed blijven zitten. Hierdoor is je kind voor de rest van zijn leven niet meer vatbaar voor de ziekte. Bij een inenting of vaccinatie wordt het lichaam van je kind 'besmet' met een kleine dosis afgezwakte of dode ziektekiemen.
Bij de BMR-prik gaat het bijvoorbeeld om ziektekiemen van de bof, mazelen en rodehond. Je kind krijgt deze ziekte dan niet, maar zijn lichaam krijgt wel het sein dat het antistoffen moet gaan aanmaken. Het gevolg is dat je kind immuun wordt voor de betreffende ziekten of, wat een heel enkele keer gebeurt, de ziekte(n) in een milde vorm krijgt.
Tegen de meeste ziekten is je kind pas na een aantal inentingen optimaal beschermd. Zo krijgt je kind vier keer een Hib-prik. Tot de vierde prik kan hij nog steeds een Hib-ziekte krijgen. Wel wordt de kans hierop bij iedere vaccinatie kleiner.
In dit
schema kun je precies zien wanneer jouw kindje welke prik krijgt.