Laatst hoorde ik dat mensen met een bijzondere voornaam substantieel meer kans hebben op een minderwaardigheidscomplex. Omdat ze van jongs af aan al uitgelachen worden om hun naam. Grote kans dat Broos en Melief daar ook last van krijgen.
We kozen de naam Broos omdat het stoer klinkt, maar kwetsbaar betekent. Kwetsbaar en stoer – precies zoals ik mijn mannen graag heb. Het was even wennen voor familie en bekenden toen Broos geboren werd, maar het was ook wel weer eens wat anders.
Voor Melief hadden we eerst de naam Lieve in gedachten. Maar wat voor eerste indruk maak je op een directie wanneer je je voorstelt als Lieve? En als Lieve kun je toch nooit een grootschalige reorganisatie inzetten? Mocht onze dochter ambities hebben dan zou deze naam die dwarsbomen, vreesde ik. Dus zochten we naar een variant en kwamen op het zelfbedachte, net iets pittiger Melief uit. Onze omgeving was inmiddels al wat gewend, dus schrok hier niet meer van.
En toen kwam Lot. Mijn moeder haalde opgelucht adem. We kozen deze naam omdat de betekenis precies aangeeft wat zij voor ons is: een lot uit de loterij. Maar natuurlijk lieten we het hier niet bij zitten. Om er toch een speciaal tintje aan te geven, kozen we een originele tweede naam: Madrileňa (=afkomstig uit Madrid). In Spanje mag je geen namen zelf bedenken, dus de ambtenaar van de burgerlijke stand verbood deze onverbiddelijk. Maar na een halsstarrig aanhouden van Edwin, heeft de rechter (!) besloten dat Spanje voor Hollanders dan wel een uitzondering kan maken. Broer en zus hoeven dus niet jaloers te zijn op zo’n lekker gewone naam. Ook Lot heeft kans op een minderwaardigheidscomplex: Lot Madrileňa staat genoteerd.